TWEEDE LEZING JOHAN

 

 

Men zou kunnen afleiden uit de woorden van Geertje dat wij, vertalers, ongelukkig zijn, dat wij een anoniem leven, slecht, saai en vervelend leven leiden en dat wij elke dag tot diep in de nacht zitten te werken onder het licht van een klein lampje (natuurlijk wel een gloeilamp van het merk Philips) maar in mijn geval is dat beslist niet zo. Ik ben tevreden en gelukkig dat ik in de gelegenheid ben gesteld om het boek te vertalen en om u hier iets te kunnen vertellen over mijn ervaringen met de tweede en derde generatie Spaanse emigranten in Eindhoven en over het motief om het boek te vertalen.

Naarmate de tweede generatie opgroeide leerden hun ouders steeds beter Nederlands en hadden ze niet meer veel hulp nodig in taalkwesties omdat hun kinderen het Nederlands heel goed beheersten. Veel personen uit de tweede generatie spraken zelfs alleen maar thuis of met hun landgenoten Spaans of het dialect van hun ouders.

Op mijn werk leerde ik een aantal Spanjaarden van de tweede generatie kennen. Hun ouders werkten bijna allemaal bij Philips in productie- en assemblage-afdelingen of in het magazijn. Veel van hun kinderen echter, die meer studie en opleidingen hadden genoten, werkten op de administratie, in de logistiek, de informatietechnologie of in de marketing. Zij pasten zich goed aan aan het ritme en het leven in Nederland en waren er, evenals hun ouders, trots op bij Philips te mogen werken.

Verscheidene van hen trouwden met een Nederlander of Nederlandse maar er waren er ook veel, die trouwden met iemand uit hun geboorteland, die overigens niet altijd uit hun eigen streek afkomstig was.

 

 

Zij "vernederlandsten" aanzienlijk maar bleven contact houden met hun medelandgenoten in Eindhoven. Zij leefden tussen twee werelden. Zij voelden zich geen echte Nederlanders maar ook geen echte Spanjaarden. Zij hielden van Nederland maar hun Spaanse wortels en de verbondenheid met Spanje waren nog sterk.

Gedurende hun verblijf in Spanje, ’s zomers, zagen zij dat hun neven en nichten daar ook een goed leven hadden. De kwaliteit van het leven was er aanzienlijk toegenomen. Bij het zien van dat alles begonnen ze na te denken over het waarom van de emigratie van hun ouders. In welk opzicht waren zij daar beter van geworden?

Soms raakten ze verstrikt in het dilemma en beklaagden zij zich bij hun ouders. "Waarom zijn wij hier in Nederland ? Waar is het allemaal goed voor geweest ? Jullie hebben de beslissing genomen om te emigreren maar wij zitten nu in Nederland terwijl onze neven en nichten een even goed leven hebben maar dan wel in Spanje !" Het waren erg harde woorden jegens hun ouders, die als enig doel hadden om hun kinderen een beter leven te kunnen geven en die veel hadden moeten doorstaan om dit waar te kunnen maken.

In de jaren negentig keerden verscheidene Spaanse collega’s van de tweede generatie voorgoed terug naar Spanje omdat ze daar een goede baan konden vinden op basis van de opleidingen, die ze in Nederland hadden genoten. Zij keerden terug naar Spanje , dat wel, maar dikwijls niet naar hun geboortestreek maar naar de grote steden zoals Madrid, Barcelona en Valencia. Van emigranten waren zij tot immigranten geworden. Ik noemde hen "gerecycleerde emigranten" maar dan wel in positieve zin. Hun ouders waren naar Nederland gekomen om er in de fabrieken te gaan werken want in Extremadura was niet genoeg werk. Nu keerden hun kinderen, met een veel hoger opleidingsniveau, terug naar andere streken van Spanje en daardoor kregen zij toegang tot betere banen. Het betrof dus een recyclage met toegevoegde waarde. In veel gevallen woonden de ouders in Nederland, de kinderen in verschillende plaatsen in Spanje maar niemand in het geboortedorp.

Veel Spanjaarden van de tweede generatie bleven echter in Nederland.

 

 

Er bestaat een gezegde "eens emigrant, altijd emigrant". Het maakt niet uit waar de emigranten uit de eerste en tweede generatie woonden in de zin dat zij steeds weer tussen twee werelden leven. In Nederland worden zij niet als volwaardig geaccepteerd en in Spanje evenmin. In Nederland beschouwt men hen als Spaanse Nederlanders en in Spanje als Nederlandse Spanjaarden.

Momenteel leeft en woont al de derde generatie Spanjaarden in Nederland. De antropologen zeggen dat het proces van volledige integratie in een ander land drie generaties in beslag neemt en ik denk dat zij gelijk hebben. Uit mijn contacten met de derde generatie blijkt dat deze zich al wel Nederlanders voelen. Als ik in het Spaans tegen hen begin te praten antwoorden ze mij in het Nederlands en als ik door ga in het Spaans zijn ze verontwaardigd, bijna boos en zeggen ze "Kijk ! Wij zijn Nederlanders en daarom spreken we Nederlands"

Zij zijn inderdaad geheel "vernederlandst" : Hun vrienden en collega’s zijn bijna allemaal Nederlanders. Ook hebben zij de Nederlandse gewoonten overgenomen. Zij luisteren naar internationale muziek; zij houden niet zo van de typische Spaanse muziek zoals de flamenco, de coplas en de canciones omdat dat muziek is in de Spaanse taal. Hetzelfde gebeurt met de Spaanse literatuur, die zij nauwelijks lezen omdat zij in het Spaans is

Zij voelen zich bijna 100 procent Nederlanders maar er is één belangrijke uitzondering en dat betreft de sport; sport is internationaal en heeft niets met taal te maken. Wanneer het Spaans nationaal voetbalelftal of het basketballteam of Rafa Nadal een belangrijke beker wint dan begint het Spaanse bloed weer echt te koken, gooien zij alle remmen los en beginnen ze te zingen "Yo soy español, español, español"

Integratie is een schone zaak maar ze moet niet leiden tot assimilatie.

Het is erg belangrijk dat de Spanjaarden uit alle generaties hun eigen identiteit , hun eigen cultuur en hun eigen gewoonten blijven behouden.

 

 

Ik ben zo’n 12 jaar bestuurslid van twee Spaanse culturele verenigingen in Nederland; de eerste is de Asociación Iberoamericana Eindhoven, waarvan ik ook webmaster ben, en de tweede de Unión de Asociaciones Iberas e Iberoamericanas de Holanda, Bélgica y Luxemburgo. Onze doelstelling is het propageren en bevorderen van de Spaanse taal en cultuur in Eindhoven en in heel de Benelux.

Wij hebben veel succes wat betreft de publieke belangstelling onder de Nederlander, in het bijzonder met de taalcursussen.

Wij onderhouden contacten met het instituut Cervantes in Utrecht en de Spaanse Ambassade in de Haag en organiseren lezingen en colloquia met betrekking tot alle aspecten van de Spaanse en Latijns-amerikaanse cultuur, geschiedenis en literatuur.

Er is best belangstelling voor deze activiteiten maar het is opvallend dat er weinig Spaans-sprekenden deelnemen aan de lezingen, voordrachten en colloquia ook al worden deze in het Spaans gehouden.

Wederom realiseer ik mij dat ook ik tussen twee werelden leef (enerzijds in de hedendaagse realiteit en anderzijds in een culturele, bijna virtuele wereld) en dat het moeilijk is om deze twee werelden samen te brengen ook al zou de cultuur een integrerend deel van het dagelijkse leven moeten zijn. Desondanks blijf ik vechten om deze twee werelden nader tot elkaar te brengen. Dat moet mogelijk zijn.

 

 

Tot slot wil ik u nu uitleggen waarom ik dit boek heb vertaald.

In de eerste plaats heb ik het gedaan omdat ik niet naar mijn vrienden heb geluisterd, die me zeiden ; "Je bent gek, je reputatie staat op het spel, een Nederlander kan geen boek in het Spaans vertalen". Steeds als ze dit weer eens tegen me zeiden antwoordde ik : misschien hebben jullie wel gelijk maar ik doe het toch.

De belangrijkste reden is echter dat ik, na zoveel jaar te hebben opgetrokken met de Spaanse emigranten in Eindhoven en na samen zoveel mooie en slechte momenten te hebben meegemaakt, vond dat ik een verplichting had ten opzichte van mijn vrienden waarvan er zovele al teruggekeerd zijn naar hun vaderland.

 

 

Ik besef dat ik hun hun jeugd niet terug kan geven en evenmin hun gezondheid maar wel hun geschiedenis, hun cultuur en hun identiteit opdat zij niet vergeten worden en opdat alle mensen uit Extremadura zich herinneren welke grote waarde de Spaanse emigranten in Nederland hebben gehad en nog steeds hebben, zowel voor de Nederlandse samenleving als voor die van Extremadura. Als zij hun land niet hadden verlaten om een paar jaren (tenminste, dat dachten zij) te gaan werken in Nederland, zouden zowel de provincie Brabant en in het bijzonder de stad Eindhoven, als ook de autonome regio Extremadura niet die economische groei en ontwikkeling hebben gekend, die zij in de tweede helft van de vorige eeuw hebben doorgemaakt. Extremadura heeft zich ontwikkeld van een extreem arme regio tot een behoorlijk welvarende en krachtige regio; dit is voor een groot deel te danken aan de emigranten, die in de tijd dat er niet genoeg mogelijkheden waren voor alle inwoners van Extremadura om te overleven, het besluit namen om te emigreren, zowel naar Nederland als naar andere Europese landen.

De cirkel is rond. Wij zijn naar Cáceres gekomen om de Spaanse Emigranten uit Nederland en het volk van Extremadura een gedeelte van hun geschiedenis terug te geven op de daarvoor meest geschikte plaats, namelijk in hun eigen en geliefde vaderland.

 

 

Ik ben er trots op en het is een groot genoegen voor mij dat het Museo de Cáceres en de Junta de Extremadura ons in de gelegenheid hebben gesteld om ons boek te publiceren en te presenteren, hier in Cáceres van waaruit 46 jaar gelden de eerste Spaanse emigranten, die naar Nederland gingen, naar de provincie Brabant, vertrokken. Het waren tegelijkertijd de eerste emigranten, die de stad Eindhoven opnam.

In het bijzonder zijn wij de Hr. Juan Valadés, Directeur van het Museo de Cáceres en eveneens emigrant (naar Leganés) , zeer erkentelijk voor alles wat hij gedaan heeft om de publicatie van dit boerk mogelijk te maken.

Wij hopen dat het boek weid verspreid wordt in Extremadura (en hopelijk wellicht in heel Spanje) en niet alleen in de dorpen waar de emigranten vandaan komen, dorpen als Carcaboso, Serradilla, El Torno, Garganta la Olla, Jaraiz, Guadelupe en nog veel meer, opdat iedereen zal weten van welke grote waarde de emigranten uit Extremadura zijn geweest voor de provincie Brabant, de regio waar zij opgenomen werden, en voor Extremadura, hun geliefde vaderland waar zij zo naar terug verlangden.

 

 

Ik heb dit boek, dat een geschiedkundig maar tegelijkertijd ook een emotioneel document is, geschreven door Geertje van Os en met adviezen van Miguel Angel Luengo Tarrero, met veel genoegen en trots vertaald maar ook met veel heimwee en verlangen naar en herinneringen aan die mooie tijden, die soms heel slecht waren, waarin ik optrok met de Spaanse emigranten, die prachtige, bescheiden en trotse mensen, die als motto hadden : geen woorden maar daden.

Door hun "schuld" werd ik 40 jaar geleden verliefd op Spanje en deze verliefdheid duurt nog steeds voort. Spanje en de Spanjaarden zijn altijd, tot de dag van vandaag toe, een constante in mijn leven geweest. Het is een "way of life". Elke dag eet en drink ik Spanje. Spanje heeft mijn leven en dat van mijn vrouw verrijkt.

Daarom draag ik dit boek op aan mijn vrienden, de Spaanse emigranten, dit boek is voor hen. Hun inspanningen zullen nooit vergeten worden.

Dank voor uw aandacht

Johan Pouwels.

 

 

Johan Pouwels

Home Terug naar lezing van Geertje