EERSTE LEZING JOHAN

 

 

Goedemorgen allemaal. Mijn naam is Johan Pouwels, ik ben de vertaler van de Spaanse versie van het boek "Ik kwam met een koffer van karton", geschreven door Geertje van Os.

Het is ongebruikelijk dat een vertaler een lezing houdt ter gelegenheid van de presentatie van een boek omdat hij immers de "dienaar" is van de auteur en geen directe of zelfs emotionele relatie tot de inhoud van het boek heeft. Wel, in mijn geval zijn de omstandigheden anders en abnormaal. Ik heb gedurende vele jaren samen opgetrokken met de Spaanse emigranten en daarom ga ik u iets vertellen over mijn persoonlijke ervaringen met de drie generaties Spaanse emigranten. Gaandeweg zult u dan ook mijn motieven om het boek te vertalen gaan begrijpen.

In het jaar1968 maakte ik de eerste contacten met de Spanjaarden, die bij ons in de wijk kwamen wonen, in Strijp, waar nu nog het grootste gedeelte woont. Ik was toen 21 jaar en de meeste Spanjaarden waren even oud als ik of iets ouder.

In die tijd werd ik op mijn werk geconfronteerd met veel bancaire kredieten uit spanje en Latijns-Amerika, die in het Spaans waren opgesteld en die ik moest vertalen en verifiëren. Daarom had ik toen al een paar schriftelijke cursussen Spaans gevolgd.

Op een dag ontmoette ik in een winkel een paar Spanjaarden, die problemen hadden om zich verstaanbaar te maken. Ik tolkte voor hen en daarna raakten we in gesprek met elkaar; zij vertelden mij wie ze waren en waar ze vandaan kwamen en ik , van mijn kant, vertelde hen wie ik was, dat ik van Spanje en het Spaans hield en dat ik hen, als dat nodig was, met een aantal zaken kon helpen. Deze Spanjaarden waren afkomstig uit Extremadura.

Al snel verspreidde zich het gerucht onder de Spanjaarden in onze wijk dat er een Nederlander woonde, die Spaans sprak en die hen kon helpen met als gevolg dat, vanaf die dag, het aantal Spanjaarden, dat contact met mij legde, zeer snel toenam; de contacten werden steeds intensiever en steeds frequenter. In die tijd maakte ik veel vrienden.

Ik was onder de indruk van de verhalen, die mijn nieuwe vrienden mij vertelden en realiseerde mij dat de nieuw-aangekomenen een beetje hulp wel konden gebruiken op allerlei gebied. Zij spraken bijna geen woord Nederlands en onze cultuur, onze levenswijze en onze manier en denken waren compleet verschillend van wat zij gewend waren.

 

 

Ik begon hen te helpen en de meest fundamentele zaken uit te leggen. Ik beantwoordde van allerlei vragen, vulde inkomstenbelasting- en nog veel meer andere formulieren voor hen in en begeleidde hen als ze naar de dokter gingen. Het bleek dat veel Spanjaarden voor deze zaken niet naar het Oficina Laboral gingen omdat zij een zekere achterdocht koesterden ten opzichte van deze instelling. Zij gaven er de voorkeur aan dat het Oficina Laboral niet al hun gegevens kende en niet alles van hen wist. Per slot van rekening was het een Staatsinstelling. Ik, daarentegen, onderhield goede betrekkingen met het Oficina Laboral en vergaarde zo veel interessante informatie, die mij goed van pas kwam in mijn contacten met de Spanjaarden.

De contacten werden steeds intensiever en intenser en ik raakte elke dag meer "verslaafd" aan Spanje en aan de Spanjaarden. Velen van hen vertelden mij hun persoonlijke verhalen en privé-omstandigheden en zo gingen mijn ogen open. Het was niet allemaal goud wat er blonk. Er was veel ellende, armoede, nostalgie en heimwee maar, ondanks dat alles, overheerste het optimisme en de wil om vooruit te komen in het leven en een betere toekomst op te bouwen voor hen zelf en hun gezinnen.

In die tijd had ik mijn economische studies afgerond en besloot ik om in de weekeinden Spaans te gaan studeren aan de Universiteit van Nijmegen om mijn kennis van de Spaanse taal te verbreden en om meer te leren over de geschiedenis, literatuur en cultuur van Spanje.

Ik bezocht regelmatig het Centro Español, dat in 1968 was geopend. Toen mijn Spaanse vrienden vernamen dat ik goed kon voetballen lijfden ze me in als speler van het voetbalelftal van het Centro Español. Al snel daarna werd ik aanvoerder. Veel Spanjaarden moesten wennen aan de gedachte dat er een Nederlander in het Centro Español speelde en dat hij ook nog aanvoerder was. Wat een rare en absurde toestand! Gelukkig behaalden we goede resultaten in de competities van Spaanse elftallen in Nederland en België zodat men geen commentaar meer gaf en al snel voor me klapten. Het was een proces van omgekeerde integratie. Ik, als Nederlander, integreerde in de Spaanse wereld en de Spaanse samenleving.

 

 

Terwijl ik zelf "verspaanste" liet ik echter niet na om te benadrukken dat mijn vrienden meer in de Nederlandse samenleving moesten integreren. Ontelbare keren probeerden we samen Nederlands te praten maar steeds weer hielden we er al snel mee op. Natuurlijk! Voor hen was het veel gemakkelijker om met zijn allen in het Spaans te communiceren.

Ondertussen realiseerde ik mij dat er 2 Spanje’s voor mij waren: aan de Universiteit van Nijmegen verdiepte ik mij in de Spaanse taal maar ook in de geschiedenis en literatuur van de Middeleeuwen, de Gouden eeuw, de Generaties van 1898 en 1927, de Burgeroorlog, enz. Het was een Spanje dat totaal verschilde van het Spanje waarin de immigranten leefden, die ik kende. Minder glorie, minder rijkdom, minder cultuur en meer armoede en misère. Het woord Extremadura ging ik associëren met een extreem hard leven. Alleen de trots, die de Spanjaarden bleven tonen, was die van altijd, die van oudsher.

Voor mij was het een enorme omschakeling om ’s zaterdags tegen het middaguur de Universiteit te verlaten en 2 ½ uur later mijn opwachting te maken op het voetbalveld voor het spelen van een wedstrijd met het Centro Español. De plechtige en prachtige woorden van El Cid, Gonzalo de Berceo, Quevedo, Góngora, Cervantes, Garcilaso de la Vega, Miguel de Unamuno, Ramón de Valle-inclán, Féderico García Lorca en nog veel meer hoofdrolspelers uit de Spaanse geschiedenis en literatuur verdwenen al snel uit mijn geheugen wanneer mijn medespelers op het voetbalveld, in het allerdaagse leven, schreeuwden : dekken, terugzakken, naar de andere kant, gooi het spel open, buitenspel, en nog veel meer stimulerende en scheldwoorden.

Ik leefde tussen twee werelden; dit dualisme bleek soms uit mijn manier van spreken. Op de Universiteit zeiden ze dat ik een beetje met een Andalusisch of Extremeens accent sprak omdat ik de letters begon in te slikken, vooral de "s" en de "n" aan het eind van een woord.

Daartegenover barstten mijn Spaanse vrienden soms in lachen uit wanneer ik een heel plechtig en archaïsch woord gebruikte, uit de Gouden eeuw of zo, waarvan ik dacht dat het tot het moderne Spaans behoorde.

 

 

De tijd verstreek en het leven van de Spanjaarden in Eindhoven ging veranderen. Er trad een ommekeer op in de geschiedenis en ook de economische omstandigheden veranderden. In 1975 stierf Francisco Franco. Vanaf die tijd begonnen mijn vrienden zich meer en meer te uiten. Zij waren gewend aan de open Nederlandse samenleving met vrijheid van meningsuiting, zij hadden de tijden van de Hippies en de Flower-power meegemaakt, maar, tot dan toe, hadden zij nog steeds een beetje schrik om zich helemaal te uiten omdat zij wilden voorkomen dat hun familieleden in Spanje door hun woorden in de problemen zouden komen.

Nu werd iedereen losser en zelfs de rivaliteit tussen de mensen van het Centro Español, of te wel de "conformisten" en die van de Círculo Español oftewel de "progressieven" werd een stuk minder.

In diezelfde periode stopte de groei van de Nederlandse economie en daarna begon ze zelfs te krimpen en daarmee nam ook de noodzaak om buitenlandse arbeiders aan te trekken snel af.

De wereld was aan het veranderen en daarmee ook de perspectieven van mijn vrienden. Velen van hen hadden ondertussen al kinderen en realiseerden zich dat het uur van de waarheid was aangebroken, het moment om te beslissen om Nederland te verlaten en terug te keren naar Spanje of om er te blijven en het gezin, dat zij in een groot aantal gevallen in Spanje hadden, over te laten komen; het was nu of nooit.

Veel wat oudere Spanjaarden, die al kinderen in Spanje hadden, kozen er voor om het gezin over te laten komen. Onder de jongere Spanjaarden echter waren er velen, die besloten om terug te keren.

Tussen 1975 en 1985 veranderde er veel in de Spaanse kolonie in Eindhoven. Ik moest afscheid nemen van veel van mijn vrienden. Zij waren veranderd : zij hadden nu kinderen en daarmee ook meer verantwoordelijkheid. Aan de andere kant hadden ze ook veel meer levenservaring en hadden ze heel veel geleerd gedurende hun verblijf in Nederland. Ze konden zich al vrij goed redden in de Nederlandse taal en hadden best moderne ideeën. Nu brak ook de tijd aan van de tweede generatie.

 

 

Ook in mijn privé-leven veranderden er een aantal dingen. Ik had de studie Spaans aan de Universiteit van Nijmegen afgerond en was inmiddels ook beëdigd vertaler. Ik begon les te geven op het Instituut Schoevers, en richtte een vertaalbureau op. Ondertussen bleef ik werken bij Philips op de Afdeling Financiën en Consolidatie.

Ook leerde ik Rian kennen, nu mijn vrouw, die ook verliefd op Spanje was. Ik ontmoette haar voor het eerst nadat een vriend van mij haar had aangeraden om contact op te nemen en te vragen hoe ze aan een abonnement op het tijdschrift Hola kon komen. In 1980 trouwden wij en gedurende de huwelijksmis draaiden wij Spaanse muziek. De Spaanse teksten had ik in het Nederlands vertaald. Op het huwelijksfeest waren ook een aantal Spaanse vrienden aanwezig.

Tot zover mijn ervaringen met de eerste generatie. Later zal ik wat vertellen over mijn ervaringen met de tweede en derde generatie en over mijn motieven om het boek van Geertje in het Spaans te vertalen.

 

 

Johan Pouwels

Home Terug naar lezing van Geertje