HARTZEER

 

 

Valle Inclán heeft gezegd : "De dingen zijn niet zoals we ze zien maar zoals we ze herinneren". En wanneer je ver van huis opgroeit blijven de dingen, die je achterliet, in je geheugen bewaard zoals ze waren. Zowel de goede als de slechte. Maar hoezeer de dorpen en de mensen ook veranderen je blijft steeds heimwee koesteren naar dat wat je hebt gekend en dat wat je hebt achtergelaten en er zijn momenten waarop de heimwee weer de kop op steekt, heel heftig en het verlangen om terug te keren kan uitmonden in een ontembaar en vurig verlangen, in een meedogenloze pijn in het hart.

 

 

In zijn "Inzichten over de tijd" zei de Peruaanse filosoof Mariano Ibérico : "Heimwee is een mengeling van een gevoel van bekoring ten opzichte van de herinnering aan het voorwerp, dat afwezig is en voor altijd en eeuwig is verdwenen... En een verlangen om terug te keren, dat de raadselachtige afstand, die het heden van het verleden scheidt, zou willen overbruggen en het hart zou willen integreren in de toestand van vroeger, die de tijd achter zich heeft gelaten.".

 

 

Mijn naam is Miguel Angel Luengo Tarrero, ik ben geboren in het pittoreske en historische dorp Garganta la Olla, gelegen in de prachtige en overvloedige streek van La Vera. Momenteel woon ik in Eindhoven, Nederland, waar ik in 1976, op veertien jarige leeftijd, terecht ben gekomen. Het grootste gedeelte van mijn leven heb ik daar dus gewoond, ver verwijderd van mijn geboortegrond, in het land waarheen mijn vader emigreerde in het begin van de zestiger jaren, drie maanden na mijn geboorte.

Ik heb 33 jaar van de 47 jaar, die ik nu ben, in Nederland gewoond, ver van mijn geliefde Extremadura, maar ondanks dat heb ik de bijna 14 belangrijkste en mooiste jaren van mijn leven, mijn kindertijd en een gedeelte van mijn puberteit, in Extremadura beleefd en toen ik mijn geboortegrond verliet ging ik weg als een kind van Extremadura en dat gevoel raak je je hele leven niet meer kwijt; integendeel, hoe langer je ver weg in den vreemde verkeert, des te sterker wordt gevoel van heimwee en het verlangen om terug te keren.

 

 

 

 

 

Luís Landero heeft gezegd : "Een bepaalde geur is voldoende om het verloren koninkrijk van je kindertijd te reconstrueren. En soms werkt de herinnering zo. De verdwijning ervan maakt het mogelijk dat ervaringen en indrukken, die ver uit elkaar liggen in de tijd, ineens onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn. Zonder herinnering zou er ook geen poëzie zijn."

 

 

Wellicht geïnspireerd door deze herinneringen, die in het geheugen ten onder zijn gegaan, schreef ik in 1986 een gedicht, dat ik opdroeg aan mijn geboorteland waarvan één van de versregels luidde: "En de kindertijd is de wortel van een plant, die alleen maar gedijt in de aarde waarin zij is ontsproten." En ik ben nog steeds van mening dat het zo is en dat, hoe langer ik verblijf op een plek ver van de grond waar mijn roots lagen, het verlangen om naar die plek terug te keren steeds sterker wordt.

 

 

En ofschoon ik het eens ben met wat Sánchez Otón, een schrijver uit Valencia de Alacántara, heeft gezegd : ".. Met het verstrijken van de tijd gaat iemand niet alleen horen bij de grond waar hij is geboren, maar ook bij de grond, waar hij is terecht gekomen" en ofschoon ik het volledig eens ben met wat mijn vader op een dag zei : "Nederland is mijn tweede vaderland geworden", ondanks dat alles zullen de heimwee naar de omgeving, waar ik geboren ben en opgegroeid, en de wens om daar naar terug te keren mijn leven blijven bepalen, want die mooie kindertijd, die ik in mijn geliefde Extremadura heb meegemaakt, blijft de bakermat van mijn gevoelens.

 

 

Drie maanden na mijn geboorte begon mijn vader aan zijn eerste reis naar Nederland. Mettertijd groeien wij op tijdens zijn afwezigheid. Voor zover ik me kan herinneren was het moment, waarop hij terugkeerde voor vakantie, steeds een groot feest, een heel belangrijk ogenblik.

Je groeide op met de ervaring dat het vaderschap zo in elkaar zat en altijd zat je te wachten op het moment waarop hij weer terugkwam. Je groeide op met die gedachte: mijn vader werkt aan de andere kant van de bergen en wanneer hij terug komt brengt hij iets voor me mee want hij is mijn vader.

En ondanks de onprettige ervaring dat hij er nooit was wanneer één van ons ziek was of problemen op school had of op straat, wanneer wij lachten of huilden of wanneer mijn moeder hem nodig had, ondanks al die simpele maar o zo belangrijke dingen in het leven van een kind en van een echtgenote, was het verlangen en de noodzaak om hem te zien en dichtbij hem te zijn altijd aanwezig.

 

 

Duizenden gezinnen in Extremadura leefden in dezelfde omstandigheden en, terwijl het voor ons, die thuis achter bleven een ongemakkelijk situatie was, werd het leven voor hen, die vertrokken naar verre streken en hun gezinnen, hun dorpen en hun vrienden achter moesten laten, tot een hevig terugverlangen, omgeven met heimwee en eenzaamheid. Victor Chamorro, schreef over dat hartzeer van de emigrant in zijn boek "Geschiedenis van Extremadura" : "Heimwee is de voedingsbodem van de eenzaamheid.."

In mijn geval staken de nostalgie en de heimwee al op jonge leeftijd de kop op. Emigratie was niet alleen een radicale verandering voor degene die vertrok maar ook voor degenen, die achterbleven.

Omdat het leven zo liep verhuisden wij op mijn achtste naar het naburige dorp, naar Jaraiz de la Vera, 6 kilometer verder.

De plaats, waar iemand wordt geboren en opgroeit, wordt tot een plek van geborgenheid, wordt het "huis" waar je je beschermd voelt en veilig. Al het vreemde veroorzaakt schrik en wantrouwen.

In 1969 verhuisden we naar Jaraiz en moest ik vertrekken uit mijn dorp, zonder te weten waarom, en daarmee raakte ik de hele wereld, de hele omgeving, die ik tot dat moment had leren kennen, kwijt en verloor ik de vrienden, die ik altijd had gehad.

 

 

We moesten opnieuw beginnen op een vreemde plek, op 6 kilometer afstand weliswaar maar toch een vreemde plek. Mij broer en ik keken de hele week uit totdat het zaterdag werd om dan naar het dorp terug te gaan, te voet, liftend of op een andere manier. De hele week liep je rond met de herinnering aan het dorp, het verlangen er naar en het gevoel van heimwee naar alles wat je achter had gelaten.

Omdat de doelen van mijn vader niet gerealiseerd konden worden gingen mijn moeder en mijn oudste broers ook naar Nederland om , met drie of vier lonen, te bereiken dat de droom van een "eigen huisje" werkelijkheid werd. Toen mijn moeder en mijn broers vertrokken bleven wij, de kleintjes, achter bij onze oudste zus en, van tijd tot tijd, bij onze grootouders. Maar mijn oudste zus had zelf al een gezin en de grootouders werden steeds maar ouder. Zo ging het verder totdat er een dag kwam dat mijn ouders besloten dat wij naar Bilbao moesten verhuizen en in moesten trekken bij een oom en tante. En weer herhaalde de geschiedenis zich. Nu je net gewend was om in Jaraiz te wonen en daar nieuwe vriendjes had gemaakt moesten we naar de andere kant van Spanje. Weer moeten we opnieuw beginnen en hoe verder je weg ging, des te groter werd het terrein van de heimwee.

Ik miste nu niet meer alleen mijn geboortedorp maar ook mijn tweede dorp. Met het verstrijken van de tijd ging je begrijpen dat Extremadura jouw land van herkomst was en daar, in Ptxarcoaga, in Bilbao, won de heimwee steeds meer terrein. Je verlangde naar alles, wat je had achter gelaten en Extremadura werd tot iets, dat je tot dan toe nooit had gevoeld. Het was begonnen met heimwee naar mijn dorp maar nu verlangde ik naar heel Extremadura.

In 1975 overleed Francisco Franco; de toekomst van Spanje was onzeker en mijn ouders kozen voor de gezinshereniging. Dat betekende dus weer opnieuw beginnen. In de zomer van 1976 kwamen wij in Eindhoven, Nederland, aan om daar te blijven. Plotseling breidde het terrein van het verlangen en de heimwee zich nu verder uit. Eerst beperkte het zich tot mijn geboortedorp en het dorp waar ik was opgegroeid, toen kwam het Baskenland er bij, waar ik daarna had gewoond en nu werd het heel Spanje. Ofschoon voor iemand als mij Spanje synoniem was voor Extremadura.

 

 

Mettertijd realiseerde mijn familie haar doel en ging ze terug naar Spanje. Ik woon al 33 jaar in Nederland, met veel plezier. Nederland is het land, dat mij alles heeft gegeven, dat ik heb; het land, waar mijn kinderen zijn geboren en opgegroeid en waar mijn kleinkind zal opgroeien, maar, ondanks dat alles, blijft het verlangen om terug te keren naar mijn geboortegrond elk moment van de dag latent aanwezig.

Ik weet niet wanneer en ik weet niet hoe maar ik weet zeker dat ik eens terug keer en ik maak de uitroepen van Mr. Luis Chamizo tot de mijne, die in de verte, op die momenten van heimwee deze verzen schreef :

God van het mededogen

God van de nederige mensen

Maak dat mijn botten

In mijn geboortegrond zullen wegrotten.

Tot slot, en overeenkomstig de wens van Mr. Chamizo, ga ik u het gedicht voorlezen, dat ik eerder al vermeldde. Het is een gedicht, dat ik in 1986 schreef en opdroeg aan mijn geboortegrond, wellicht daartoe geïnspireerd door die weg gezakte herinneringen uit mijn geheugen, die soms, wanneer de heimwee als een storm opsteekt, op drift raken en tegen de granieten wand van de hersenen slaan.

 

 

Gedaanteverandering

Mijn herinnering zingt het lied van de tijd,

de tijd, die mijn liedjes zingt.

Mijn herinnering huilt tranen van regen, ragfijn,

die regen, die mijn tranen wiste.

Mijn herinnering slaapt met het hart van de maan,

de maan die mij, met haar liedjes, wiegde in slaap.

Mijn herinnering lacht de glimlach van een kind,

zoals een kind lacht met de glimlach van het dorp waar hij geboren is.

Mijn herinnering loopt aan de hand van het leven,

het leven dat, tegelijk met mijn dorp, is verdwenen.

En hoe verder ik er van weg ga, des te heviger voel ik de pijn.

En hoe harder ik de naam roep, des te verder het verdwijnt.

En hoe langer ik het zoek, des te dieper het zich verbergt.

En hoe meer ik het wil vergeten, des te inniger ik het liefheb.

Want er bestaat geen liefde zonder passie,

zoals er geen verlangen bestaat zonder illusie.

Want er bestaat geen litteken zonder wond,

zoals er geen pijn bestaat zonder grond.

En jeugd is de wortel van een plant,

slechts bekend in het land,

waar zij ontsproot uit het zand :

waar de stralen van de Iberische zon, van tijm doordrongen,

haar de dag aankondigden

Waar onstuimige windvlagen,

geurend naar steeneik en olijf haar leerden ademen.

Waar haar levensdorst werd gelest door regen,

die de bergstroom deed zwellen in haar weg naar beneden.

Waar de maan, die over kurkeik en rozemarijn straalt,

hem leerde dat de nacht niet alleen uit slaap bestaat

en morgendauw meer is dan zomaar een dageraad.

Noodzaak en onmogelijkheid zijn zaken,

die een afstand onoverbrugbaar maken.

niet in te korten door de angst voor het onbegrijpelijke.

Maar met het inzien van de werkelijkheid

wordt mijn vurig verlangen meer subtiel,

en mijn liefde en mijn wens, heel diep,

om je niet alleen in mijn hart te dragen,

maar ook mijn hart een geheel met jou te laten maken,

en om in jou mijn laatste herfst door te brengen,

om me met je te versmelten, een te worden met je cellen,

deel te worden van je grote schoonheid

om niet langer Extremeens migrant te zijn

maar om te worden, met Extremadura, één eenheid.

 

 

Ik ben van mening dat, zolang het kind, dat ik eens was, in mij levend blijft en die mooie momenten, die ik heb beleefd en heb verloren, in mijn herinnering blijven, ik steeds blijf verlangen naar mijn moeder Extremadura en ofschoon ik heel goed besef dat niets meer is zoals het vroeger was en dat wij niet meer degenen zijn, die we vroeger waren, blijf ik, als Valle Inclán, denken dat de dingen zijn zoals we ze ons herinneren

Miguel Angel Luengo Tarrero

 

 

Home Terug naar lezing van Geertje.